Maria Van Hout
Maria van Hout was de eerste overste van het Convent.  Ze werd vermoedelijk omstreeks 1470 – 1480 geboren in Udenhout (Nederland).  Over haar leven is weinig bekend. Aanvankelijk woonde ze in het ouderlijk huis, waar ze een ‘verborgen’ geestelijk leven leidde.  Wanneer ze naar Oisterwijk verhuisde is niet met zekerheid te achterhalen.  De kronieken van de Keulse kartuizers vermelden dat ze in 1532 in Oisterwijk woonde.  Ze had toen reeds de zogenaamde ‘Kring van Oisterwijk’ rond zich verzameld.  Ze schreef zeer opmerkelijke geestelijke oefeningen en brieven.

De Keulse kartuizers hadden een grote bewondering voor haar.  Petrus Blomevenna, prior van 1506 - 1536, getuigt over haar: ‘Deze Maria van Oisterwick, mijn dochter in Christus, maagd van wonderbare heiligheid, leidde in haar ouderlijk huis, zonder enige professie een monnikenleven.  Door haar gebeden en verdiensten wordt de Kerk sterk gesteund en wij hebben ervaren dat zij, die haar hun ziel aanbevelen, dagelijks in de volmaaktheid vooruitgaan.’

Na het overlijden van Blomevenna in 1536, wordt hij opgevolgd door Gerard Kalckbrenner, prior tot in 1566.  Samen met andere kartuizers zorgde hij ervoor dat de geestelijke geschriften van Maria van Hout werden uitgegeven.  Twee ervan zijn vertaald naar hedendaags Nederlands: ‘De Rechte weg naar authentiek evangelisch leven’ en ‘Het Paradijs van de minnende mens’